Ruimte om te ondernemen

5x ruimte voor verbetering

  • Zorg voor voldoende bedrijventerreinen.
  • Meten is weten. Monitor non-stop de vraag en het aanbod aan ruimte om te ondernemen.
  • Hanteer steeds een minimumvoorraad, de zogenoemde ijzeren voorraad.
  • Versoepel verouderde gemeentelijke bouwschriften, zodat men hoger en dichter kan bouwen.
  • Voer - in samenwerking met nabije gemeenten - een beleid waarbij ruimte gereserveerd wordt voor bedrijvigheid die niet of moeilijk te verweven valt met andere functies zoals wonen, maar zet ook in op stads- en dorpsvernieuwingsprojecten met aandacht voor verweefbare bedrijvigheid.

Zorg voor voldoende bedrijventerreinen

Om onze economie in Vlaanderen te laten floreren, is het cruciaal dat we over voldoende bedrijventerreinen beschikken. Bedrijven moeten zich op geschikte locaties kunnen vestigen en zich daar verder ontwikkelen.

De Vlaamse regering stuurt regelmatig signalen uit dat we in Vlaanderen over voldoende bedrijventerreinen beschikken, maar is dat wel zo? Bepaalde regio’s kampen met een structureel tekort aan ruimte om te ondernemen, waardoor ze investeringen dreigen te mislopen.

Het Witboek Beleidsplan Ruimte Vlaanderen (BRV), de opvolger van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen (RSV) uit 1997, schetst de strategische krachtlijnen voor de ruimtelijke ontwikkelingen in de volgende decennia. Wat blijkt? In 2014 bedroeg de bestemmingsvoorraad van onbenutte bedrijventerreinen buiten de ‘poorten’ (luchthaven Zaventem, hst-stations en de zeehavens) ruim 10.000 hectare. Slechts 1.795 ha daarvan wordt actief aangeboden.

“Om onze economie in Vlaanderen te laten floreren, is het cruciaal dat we over voldoende bedrijventerreinen beschikken”

Bij 5.000 hectare is het hoogst onzeker of ze ooit gerealiseerd kan worden. Omdat de terreinen totaal onaantrekkelijk zijn geworden omwille van de ligging of de prijs, of doordat er te beperkende (milieu)voorschriften gelden. In die 10.000 hectare zitten ook strategische reserves van bedrijven, om toekomstige uitbreidingen mogelijk te maken. Dit alles maakt dat er een zeer vertekend beeld wordt geschetst van de huidige beschikbaarheid aan bedrijventerreinen.
 

Stem vraag en aanbod op elkaar af

Het is noodzakelijk dat de beschikbare en ontwikkelbare bedrijventerreinen correct in kaart worden gebracht en gemonitord. Meten is weten. Hoe kan je het immers eens worden over wat nodig is, als er geen duidelijkheid bestaat over wat er is? Op regioniveau worden nu behoeftestudies uitgevoerd die nagaan hoe groot de vraag is naar ruimte om te ondernemen. Lokale overheden moeten mee de vinger aan de pols houden.
 

Hanteer steeds een minimumvoorraad

Het doel van een minimumvoorraad is om steeds een buffer te voorzien van 1.400 hectare bestemde oppervlakte aan bedrijventerreinen, aangevuld met minimaal 1.400 hectare bestemde en onmiddellijk ontwikkelbare bedrijventerreinen, evenwichtig verdeeld over Vlaanderen.

“Er zal altijd een geografisch verspreide voorraad aan bedrijventerreinen nodig zijn”


 

Zo’n systeem moet voorkomen dat bepaalde regio’s kampen met een tekort aan ruimte om te ondernemen. Zodra er subregionaal een tekort optreedt moet een signaal verzonden worden naar de ruimtelijke planners om via een nieuw planningsinitiatief de ijzeren voorraad opnieuw aan te vullen. Tot op heden is er echter geen publiek toegankelijk en overzichtelijke databank ter beschikking. Ondertussen blijven bepaalde regio’s blijven klagen over een tekort aan ruimte om te ondernemen. Voka is overtuigd dat er altijd een nood zal zijn aan een geografisch verspreide voorraad aan bedrijventerreinen.
 

Versoepel de regelgeving

Volgens het Witboek BRV moeten we meer doen met minder ruimte. We moeten dichter bij elkaar wonen en functies meer mengen waardoor ruimte kan worden bespaard en kansen worden gecreëerd om bijvoorbeeld warmte uit te wisselen. Maar dan moeten wel alle neuzen in dezelfde richting staan. Lokale besturen zullen in de toekomst hun stedenbouwkundige voorschriften moeten versoepelen door toe te staan dat er hoger wordt gebouwd, of dat aan (leegstaande) panden andere functies worden gegeven.

“Lokale besturen zullen in de toekomst hun stedenbouwkundige voorschriften moeten versoepelen”

De regelgeving legt in industriegebied ook een verplichte bufferzone op. De wetgeving voorziet niet dat deze buffer een groenfunctie moet vervullen.  Nogal wat lokale besturen geven daar echter eenzijdig deze invulling aan. We pleiten voor een flexibilisering van de invulling van de bufferzone, zodat we tot een hoger rendement komen van de schaarse ruimte voor industriële activiteit.
 

Verweven waar het kan, scheiden waar het moet

De doelstelling om functies maximaal te verweven is niet nieuw: het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen (RSV) uit 1997 wilde ook al inzetten op het gericht verweven van functies. Maar in de praktijk is dat verre van eenvoudig. Bedrijven vestigen zich op een locatie omwille van een goede bereikbaarheid, voldoende parkeergelegenheden, mogelijkheden om uit breiden, de nabijheid van de afzetmarkt, de beschikbaarheid van personeel, de algemene indruk van de omgeving, aantrekkelijke huur- of grondprijzen, lage lokale taksen en belastingen, enz.  De meeste van deze voorwaarden zijn moeilijk te vervullen in een sterk verstedelijkt gebied. Grondprijzen liggen er hoger, uitbreidingsmogelijkheden zijn vaak nihil en het risico van een buurman die lijdt aan het NIMBY-syndroom neemt enkel toe. Ook door de milieureglementering, komt een groot deel van onze bedrijven niet in aanmerking voor verwevenheid.

De beschikbare oppervlakten voor o.a. wonen, recreatie en bedrijvigheid worden echter vaak op één hoop gegooid zonder een minimum aan ruimte te voorzien om te ondernemen. Het Witboek BRV verantwoordt deze keuze door te verwijzen naar verwevenheid en gaat er dus vanuit dat al deze bestemmingen toch te verweven zijn. Het risico is groot dat de resterende hectaren voor deze bedrijven opgesoupeerd worden door andere bestemmingen. Als dat gebeurt, rest er geen ruimte meer voor economische ontwikkeling van niet-verweefbare bedrijvigheid, met job- en welvaartverlies als gevolg. Lokale overheden moet zich zeer bewust zijn van dit risico. Voka blijft er daarom voor pleiten om de nodige hectaren te reserveren voor niet-verweefbare bedrijven, volgens de filosofie van de ijzeren voorraad.