Lasten & kosten in Mechelen-Kempen

Naar meer investeren

  • Reserveer 20% voor investeringen
  • Compact en transparant fiscaal beleid

Reserveer 20% voor investeringen

De gemeenten zijn de jongste jaren financieel gezonder geworden. Ze hebben voldoende financiële ontvangsten om de exploitatie-uitgaven en aflossingen te dekken. Op basis van jaarrekeningcijfers realiseren 305 van de 308 gemeenten in 2016 een positieve autofinancieringsmarge. Maar ze doen dit door een verhoging van de inkomsten en inspanningen aan de uitgavenzijde.

De gemeentelijke exploitatie-ontvangsten zijn in de eerste vier jaar van deze legislatuur gegroeid met gemiddeld 3,6% per jaar. Daar staat tegenover dat de gemeenten hun exploitatie-uitgaven onder controle houden. Ze stegen tussen 2012 en 2016 jaarlijks met 1,5%. In de vorige legislatuur stegen ze met 3,7% per jaar. In het arrondissement Turnhout zijn de exploitatie-uitgaven tussen 2012 en 2016 jaarlijks gestegen met 1,7 % en in de vorige legislatuur jaarlijks met 4,4 %. In het arrondissement Mechelen stegen de exploitatie-uitgaven tussen 2012 en 2016 jaarlijks met 1,0 % en in de vorige legislatuur jaarlijks met 4,8 %.

Veel minder positief is dat de gemeenten hun investeringsinspanningen opnieuw hebben verminderd. Gemiddeld bedroegen de jaarlijkse investeringen per inwoner in de eerste vier jaar van deze legislatuur (2013-2016) slechts 224 euro tegenover 247 euro in de voorbije legislatuur (2007-2012). In het arrondissement Turnhout was dat 201 euro per inwoner in de eerste vier jaar van deze legislatuur, tegenover 220 euro per inwoner in de voorbije legislatuur. In het arrondissement Mechelen was dat respectievelijk 231 euro per inwoner in de eerste vier jaar van de legislatuur en 247 euro per inwoner in de voorbije legislatuur. De gemeenten hebben dus niet enkel bespaard op hun reguliere uitgaven, maar ook hun investeringsuitgaven flink teruggeschroefd.

Voka stelt daarom voor om op jaarbasis minimaal 20% van de exploitatie-uitgaven te besteden aan investeringen (de som van toegestane investeringssubsidies en de investeringen in materiële en immateriële vaste activa). Daarmee zouden de gemeenten weer aansluiting moeten vinden bij het investeringsaandeel in de periode 2007-2012.

We vragen de lokale overheden deze investeringsintentie op te nemen in de bestuursovereenkomst bij aanvang van de nieuwe legislatuur, geconcretiseerd in een investeringsplan over de eerste drie jaren van de legislatuur.

Compact en transparant fiscaal beleid

Ondernemingen verlangen van overheden dat ze een rechtszeker en gelijk speelveld creëren. Er zijn grenzen aan de lokale autonomie van elke gemeente. De lokale bedrijfsfiscaliteit vergt echter een fundamentele hervorming.

De ‘eigen lokale belastingen’ zijn dringend aan herziening toe. Een vereenvoudiging ervan dringt zich op. De eigen belastingen dienen ook niet om bijkomend te voorzien in de algemene financiering van de lokale besturen. Daarvoor hebben de gemeenten de mogelijkheid om een aanvullende personenbelasting en opcentiemen te heffen op de gewestelijke onroerende voorheffing. We vragen dan ook dat gemeenten geen ‘algemene gemeentebelasting’, drijfkrachtbelasting of oppervlaktebelastingen meer heffen. Om de invoering van nieuwe categorieën gemeentelijke belastingen te vermijden, vragen we dat de Vlaamse overheid een limitatieve lijst van mogelijke gemeentelijke belastingen decretaal vastlegt.

Na afschaffing van de eigen financierende belastingen en mits samenspraak met en goedkeuring  door de betrokken bedrijven kan de gemeente één of meerdere  bedrijfsinvesteringszones invoeren. Eveneens in overleg met en na goedkeuring door de bedrijvengemeenschap kan in dat geval een heffing op onroerend goed worden geheven. De integrale opbrengst van deze heffing vloeit rechtstreeks naar een fonds. De middelen uit dit fonds worden integraal aangewend voor gemeenschappelijke doeleinden die de gemeente en de bedrijvengemeenschap in onderling overleg bepalen.